Logo Reflexe
Wetgeving
 

Wettelijke kaders

De complete tekst Arbo-wet 2007 maatwerk in bedrijfshulpverlening is hier te downloaden. Zie ook het Arbo-besluit 2007 volg deze link.

 

Op aanvraag wordt u de brochure ARBO-wet 2007 (NIBHV) gratis toegestuurd, a.u.b. vult u dan een informatie-formulier in.

 

Arbo-wet 2007

 

Maatwerk in bedrijfshulpverlening

Het wetsvoorstel tot herziening van de Arbo-wet 1998 is op 28 november 2006 aangenomen door de Eerste Kamer. De herziene wet treedt 1 januari 2007 in werking.

Staatssecretaris Van Hoof stelt dat alle regels over gezond en veilig werken niet kunnen voorkomen dat er in Nederland ieder jaar 85.000 arbeidsongevallen plaatsvinden, waarbij werknemers gewond raken. Uitgaande van 260 werkdagen per jaar en een achturige werkdag zijn dat meer dan veertig ongevallen per uur. De afgelopen jaren is het besef gegroeid dat 'Haagse regels' dan ook niet altijd de beste oplossing zijn om problemen aan te pakken. Om de arbeidsomstandigheden te verbeteren en het aantal ongevallen terug te dringen is een andere aanpak nodig. De inzet van werkgevers en werknemers is daarbij cruciaal. Zij zijn immers de deskundigen bij uitstek als het gaat om arbeidsomstandigheden in hun sector, hun bedrijf en op hun afdeling. Bovendien mag verwacht worden dat regels, die werkgevers en werknemers samen opstellen, beter worden nageleefd. Afspraken in sectoren en bedrijven zullen op een groter draagvlak bij werkgevers en werknemers kunnen rekenen dan van bovenaf opgelegde wetten.

Met de herziening van de Arbo-wet wil het kabinet regels schrappen en bedrijven meer ruimte geven voor maatwerk. Daarmee moet de veiligheid en gezondheid op de werkvloer verbeteren. In de nieuwe wet zijn zoveel mogelijk doelvoorschriften opgenomen voor het beschermingsniveau voor werknemers. Werkgevers en werknemers stippelen samen, in Arbo-catalogi, de weg uit waarlangs dat beschermingsniveau wordt bereikt.

 

Gezondheid en gemotiveerd personeel

De Arbo-wet 2007 moet leiden tot:

*      betere arbeidsomstandigheden op de werkvloer;

*      meer draagvlak voor het Arbo-beleid binnen een onderneming; . meer maatwerk en verantwoordelijkheid voor werkgevers en werknemers;

*      betere aansluiting bij het niveau van Europese regelgeving; . minder administratieve lasten voor het bedrijfsleven;

*      bredere inzet van de Arbeidsinspectie, waarbij de preventieve kant van de handhaving meer in beeld komt;

*      minder regels en minder administratieve lasten voor het vrijwilligerswerk, terwijl de wettelijke bescherming bij ernstige risico's blijft bestaan.

Ook op het gebied van de bedrijfshulpverlening heeft de nieuwe Arbo-wet gevolgen. De nieuwe wet regelt dat de bedrijfshulp- verlening maatwerk wordt, ingericht op grond van de resultaten van de Risico-Inventarisatie en -Evaluatie.

 

Europese wetgeving

In de Europese Kaderrichtlijn veiligheid en gezondheid op het werk (89/391/EEG) zijn de verplichtingen van werkgevers met betrekking tot de veiligheid en gezondheid van werknemers beschreven. In deze richtlijn zijn ook bepalingen over de BHV opgenomen. In de Arbo-wet 2007 en het Arbo-besluit 2007 is de Europese kaderrichtlijn vertaald naar de Nederlandse situatie.

 

De artikelen over de BHV in de nieuwe Arbo-wet komen voort uit en sluiten aan bij deze Europese richtlijn en bij de al bestaande Nederlandse wetgeving i.c. het Burgerlijk Wetboek.

Op grond van de Europese richtlijn zijn werkgevers verplicht te zorgen voor de veiligheid en de gezondheid van de werknemers inzake alle met het werk verbonden aspecten (artikel 5), werkgevers zijn verplicht de arbeidshygiënische strategie toe te passen en de risico's te evalueren die niet kunnen worden voorkomen (artikel 6). De artikelen 8 en 12 van de Europese richtlijn regelen de verplichtingen ten aanzien van de BHV-taken. Artikel 8 stelt dat de werkgever aangepaste maatregelen moet treffen op het gebied van de eerste hulp, de brand bestrijding en de evacuatie van werknemers, daarbij rekening houdend met andere aanwezige personen, en de nodige verbindingen moet onderhouden met diensten van buitenaf. met name op het gebied van eerste hulp, medische noodhulp, reddingswerkzaamheden en brandbestrijding.

Werkgevers moeten de nodige maatregelen treffen, aangepast aan de aard en de grootte van de activiteiten van het bedrijf en/of de inrichting.

De kaderrichtlijn verplicht werkgevers ook hiervoor werknemers aan te wijzen om deze taken uit te voeren. Deze werknemers moeten een opleiding krijgen, talrijk genoeg zijn en over geschikt materiaal beschikken, rekening houdend met de grootte en/of de specifieke risico's van het bedrijf enjof de inrichting.

De werkgever moet alle werknemers opleiden of instrueren over gevaren op de werkplek en het verlaten van de werkplek. Bij onmiddellijk gevaar voor eigen veiligheid en/of die van een ander moeten zij de nodige maatregelen treffen.

Voor de opleiding van de werknemers die BHV-taken uitvoeren stelt de kaderrichtlijn dat de opleiding afhankelijk moet zijn van de risico's en op gezette tijden moet worden herhaald. Werknemers met een specifieke taak (lees BHV) hebben recht op een passende opleiding (artikel 12, lid 3).

 

Nederlandse wetgeving

Het Nederlands Burgerlijk Wetboek (BW), boek 7, artikel 611 stelt dat de werkgever en de werknemer verplicht zijn zich als een goed werkgever en een goed werknemer te gedragen. Artikel 658 (BW)  'civiele zorgplicht werkgever' regelt bovendien dat de werkgever moet zorgen voor een optimaal beschermingsniveau van de werknemer. Deze artikelen komen overeen met artikel 5 en 6 van de Europese richtlijn. In de Arbo-wet zijn deze artikelen neergelegd in artikel 3, dat de werkgever verplicht te zorgen voor goede Arbeidsomstandigheden. Artikel 3 beschrijft de beleidsmatige aspecten waaronder de BHV (lid le en lf).

 

Arbo-wet 2007 en bedrijfshulpverlening

De risico-inventarisatie en -evaluatie (RI&E) blijft het uitgangspunt om te bepalen welke deskundige bijstand op het gebied van BHV nodig is (artikel 6 en 8 EU richtlijn, artikel 5 Arbo-wet). Werkgevers moeten zorgen voor goede arbeidsomstandigheden (artikel 3 Arbo-wet) en zijn op grond van dat artikel ook in de Arbo-wet 2007 verplicht te zorgen voor deskundige bijstand op het gebied van de BHV (artikel 15 Arbo-wet). De werkgever moet zich laten bijstaan door aangewezen BHV'ers.

 

De deskundige bijstand op het gebied van BHV betreft:

*        het verlenen van eerste hulp bij ongevallen;

*        het beperken en bestrijden van brand en het beperken van de gevolgen van  

          ongevallen;

*        het alarmeren en evacueren van alle werknemers en andere personen in het 

          bedrijf.

 

Het alarmeren en samenwerken met hulpverleningsdiensten is vervallen. Het onderhouden van verbindingen met diensten van buiten af is geen specifieke taak voor de BHV. De werkgever moet dit wel hebben geregeld, maar hoeft deze taak niet bij de BHV neer te leggen (artikel 3e, Arbo-wet).

Lèt op: Het Arbo-besluit 2007 (artikel 4) stelt dat de werkgever

in bedrijven waar gevaarlijke stoffen aanwezig zijn, maatregelen dient te treffen om de gevolgen van een ongewilde gebeurtenis (artikel 4.6) te beperken. Het gaat dan om situaties waarmee bij de (RI&E) beoordeling geen rekening kon worden gehouden en waarvoor ook geen preventieve maatregelen konden worden getroffen. Als uit de RI&E blijkt dat er gevaarlijke stoffen aanwezig zijn, moet de werkgever dus aanvullende maatregelen treffen en is er wel sprake van alarmeren en samenwerken met externe diensten. De BHV moet dan snel en effectief ter plaatse kunnen optreden en zonodig direct professionele externe hulpverleningsdiensten inschakelen. In verband hiermee is het belangrijk om tijdig en vooraf afspraken met de externe hulpverleningsdiensten te maken over de wijze waarop zij moeten worden gewaarschuwd en kunnen worden bijgestaan en over de gegevens die direct aan de betreffende instanties moeten worden verstrekt.

 

De Arbo-wet 2007 stelt dat de BHV'ers dienen te beschikken over een zodanige opleiding en uitrusting, zodanig in aantal en zodanig georganiseerd dienen te zijn dat zij de BHV-taken naar behoren kunnen vervullen.

 

Aantal bedrijfshulpverleners

In de nieuwe wet is de getalsnorm van minimaal één BHV'er op vijftig werknemers verlaten. BHV is dus meer maatwerk. Het aantal benodigde BHV'ers hangt samen met aard en grootte van de activiteiten en de ligging van het bedrijf en de aanwezige werknemers (Arbo-wet, art. 3e). De werkgever zal op basis van de RI&E en de ongevalsregistratie van het bedrijf en/of de branche de risico's die niet kunnen worden voorkomen vaststellen. Voor het bepalen van het aantal BHV'ers kan hij gebruik maken van de regelgeving die is vastgelegd in het Brandbeveiligingsconcept van het betreffende type gebouwen de regels die in de toekomst gelden vanuit het Besluit Gebruik Bouwwerken (nu nog de Gebruiksvergunning).

 

Door het verloop van het optreden bij incidenten die kunnen voorkomen aan de hand van scenario's te doorgronden, kan de BHV-organisatie worden ingericht.

 

Er moeten voldoende BHV'ers worden aangewezen om ervoor te zorgen dat de BHV ook in ploegendienst en bij ziekte en verlof kan draaien.

In kleine bedrijven mag een werkgever zelf de BHV-taken uitvoeren. Hij moet er dan wel voor zorgen dat er bij afwezigheid een vervanger is om aan de eis te voldoen dat er altijd een BHV'er aanwezig is.

 

Voorlichting en onderricht

Ten aanzien van artikel 8 'voorlichting en onderricht' blijft de oude situatie van kracht. De verplichting voor werkgevers om het leer- en vormingsproces van jeugdige werknemers, zoveel als redelijkerwijs mogelijk is, te bevorderen is vervallen.

 

Beschermingsniveau werknemers

In de nieuwe Arbo-wet geeft de overheid alleen nog doelvoorschriften uit voor het beschermingsniveau van werknemers. Voor een aantal specifieke arbeidsrisico's zijn er nog wel bepalingen in het Arbo-besluit opgenomen (onder andere geluid, beeldschermwerk, trillingen, valgevaar, verstikkingsgevaar). Alle andere middelvoorschriften uit het Arbo-besluit komen te vervallen. De Europese middelvoorschriften blijven wel geldig.

Werkgevers en werknemers beschrijven samen in de Arbo-catalogi (branche middel-voorschriften) de weg waarlangs zij het beschermingsniveau willen bereiken. Een Arbo-catalogus wordt per branche opgesteld door werkgevers en werknemers. In een Arbo- catalogus zijn alle mogelijke middelen en manieren opgenomen om werknemers in hun bedrijven te beschermen tegen ongezonde en onveilige arbeidsomstandigheden. Van branches wordt verwacht dat ze een eigen Arbo-catalogus samenstellen, met bestaande middelen en methoden, maar ook nieuwe praktijkvoorbeelden die het betrokken bedrijfsleven zelf aanlevert. De informele regelgeving, waaronder de brandbeveiligingsconcepten met daarin onder meer het opleidingsprofiel bedrijfshulpverlening, blijft bestaan in het private domein.

 

Handhaving door Arbeidsinspectie

De Arbeidsinspectie toetst de Arbo-catalogi marginaal. Als de Arbeidsinspectie akkoord gaat met een Arbo-catalogus wordt deze gebruikt als referentiekader voor de handhaving.

In sectoren waar nog géén Arbo-catalogus tot stand is gekomen, gelden de oude Arbo-beleidsregels nog drie jaar lang.

 

De Arbeidsinspectie stelt zelf sectorbrochures op, waarin zij uitlegt hoe de handhaving zal verlopen. In deze sectorbrochures licht de Arbeidsinspectie de wijze van inspecteren per branche toe. Per brochure worden de belangrijkste arbeidsrisico's in de betreffende branche beschreven, wat de werkgever dient te regelen en de manier waarop de Arbeidsinspectie daarop inspecteert. Deze brochures worden onder alle bedrijven in een branche verspreid ruim voordat er binnen die branche wordt geïnspecteerd. In deze brochures is ook steeds een paragraaf over de BHV opgenomen.

NIBHV-keurmerk
Subsidie
EHBO-koffer
Informatieformulier Home
E-mail